Platform Ons Onderwijs2032

In januari 2016 heeft het Platform Onderwijs2032 een eindadvies uitgebracht aan staatssecretaris Sander Dekker. Dit eindadvies kan volgens de voorzitter van het Platform – Paul Schnabel – gezien worden als een eerste stap richting een herziening van het curriculum in het primair en voortgezet onderwijs.

Reactie NVLM

De Nederlandse Vereniging van Leraren Maatschappijleer (NVLM) heeft waardering voor het advies van het Platform, maar ziet ook minpunten en potentiële risico’s als op basis van dit advies een curriculum zou worden gemaakt.

  1. Doorlopende leerlijn Burgerschap
    De NVLM is verheugd over de prominente plek die burgerschap in het advies heeft
    gekregen. Er is wat ons betreft grote behoefte aan een doorlopende leerlijn burgerschap. Op basisscholen, in de onderbouw en de bovenbouw van het voortgezet onderwijs en in het mbo worden nu ‘losse stukjes’ burgerschap aangeboden, waardoor het onderwijs er niet goed in slaagt voort te bouwen op eerder verworven burgerschapskennis en -vaardigheden.Samenhangend burgerschapsonderwijs zou wat ons betreft een prachtige uitkomst van het werk van het Platform zijn. Het Platform vraagt de overheid de kern van burgerschap concreet te beschrijven. Daarmee volgt zij het advies van de Onderwijsraad uit 2012, waarin gesteld wordt dat ‘de inhoudelijke kern van burgerschapsonderwijs bestaat uit het leren functioneren in een democratische gemeenschap’. De NVLM hoopt dat de overheid snel overgaat tot het formuleren van die kern.
  1. De kern van burgerschap is democratie
    Daarbij is één kanttekening van groot belang: in het advies worden sociale vaardigheden en kennis van de rechtsstaat, democratische waarden en mensenrechten in één adem genoemd. Wij zijn van mening dat burgerschap zo een containerbegrip wordt. De formulering van de Onderwijsraad spreekt ons meer aan: burgerschap is ‘leren functioneren in een democratische gemeenschap’. Het aanleren van sociale vaardigheden, zoals de vaardigheid om vriendschappen te sluiten en te behouden, is een essentieel onderdeel van de pedagogische opdracht van een school. Dit soort vaardigheden onderbrengen bij burgerschap leidt echter tot verwatering van het begrip. Bij burgerschap moet het gaan om kennis van de rechtsstaat, democratische waarden en mensenrechten. En om het ontwikkelen van je eigen visie op actuele politieke ontwikkelingen. Daarbij vinden we het van belang dat leerlingen waarden ontwikkelen in gesprek en dialoog met medeleerlingen en onder begeleiding van een daartoe opgeleide docent. Dat dit nu op de basisschool en in de onderbouw van het voortgezet onderwijs te weinig aandacht krijgt, is één van de belangrijkste oorzaken voor het feit dat Nederland op dit gebied achterblijft bij andere West-Europese landen. (International Civic and Citizenship Study, 2009)
  1. Samenhang binnen M&M
    In het advies staat dat leerlingen onderwijs willen dat gaat over actuele vraagstukken.
    Wij herkennen die behoefte en vinden dat we hierin als docenten maatschappijleer en
    maatschappijwetenschappen een speciale verantwoordelijkheid hebben. In het vak maatschappijwetenschappen zijn bijvoorbeeld twee domeinen opgenomen waarin aandacht wordt geschonken aan de maatschappelijke en politieke actualiteit. Het Platform stelt voor dat leerlingen binnen Mens & Maatschappij interdisciplinair aan actuele maatschappelijke vraagstukken kunnen werken. De NVLM is echter tegen het opheffen van vakken en het instellen van een verplicht leergebied Mens & Maatschappij. (Hoewel dit niet met zoveel woorden wordt gezegd in het advies, is het wel degelijk een mogelijke interpretatie van het advies.) Dat leidt al snel tot een leraar geschiedenis die aardrijkskunde en maatschappijleer er ‘een beetje bij doet’. Interdisciplinaire aandacht voor actuele vraagstukken kan wel een plek krijgen in een gemeenschappelijk schoolexamendomein bij alle maatschappijvakken. Of in een M&M-variant op NLT in de bovenbouw van het voortgezet onderwijs. Een thematische vakoverstijgende onderwijsmodule over het vluchtelingenvraagstuk zou een prachtige invulling zijn van een van de modules in zo’n M&M-variant op NLT of van een gemeenschappelijk schoolexamendomein. Dus interdisciplinair werken naast en niet in plaats van de vakspecifieke benaderingen.
  1. Verbreding en verdieping
    Een M&M variant op NLT is een mooi voorbeeld van verbreding en verdieping naast een kerncurriculum. De NVLM is voorstander van een onderscheid tussen het kerncurriculum en verdieping/verbreding, onder de voorwaarde dat de landelijke overheid duidelijke richtlijnen meegeeft voor de invulling van die ruimte. In de praktijk besluit de school vaak welke keuzevakken worden aangeboden, met als gevolg dat leerlingen beperkt kunnen kiezen. De NVLM vindt dat geen goede invulling van de ruimte die naast het kerncurriculum overblijft.
  1. Toetsing
    Wij herkennen wat het Platform schrijft over de balans tussen centrale examinering en schoolexaminering. De laatste jaren lijkt de toetsing in de schoolexamens steeds meer op de centrale examens, zodat vaardigheden en kennis die niet goed centraal kunnen worden getoetst nu veel minder aan bod komen. Een zelfstandige positie van het schoolexamen maakt bijvoorbeeld toetsing van onderzoeksvaardigheden mogelijk in een lesmodule waarin de omgeving van de school centraal staat. Ook geeft het meer ruimte aan de mogelijkheid om mondeling te toetsen. Dan moeten docenten wel op elkaars scholen gaan kijken om de kwaliteit van examens te borgen. En het is ook van groot belang dat schoolexamenvakken zoals maatschappijleer een volwaardige positie krijgen in de slaag/zakregeling.