VO Burgerschap

Burgerschapsopdracht

Scholen voor primair, voortgezet en speciaal onderwijs hebben een wettelijke opdracht om in hun onderwijsaanbod aandacht te hebben voor burgerschap. In de onderwijswetten (Artikel 8 lid 3 van de Wet op het primair onderwijs, artikel 17 van de Wet op het voortgezet onderwijs en artikel 11 lid 3 van de Wet op de expertisecentra) is de volgende formulering opgenomen:

Het onderwijs:

  • gaat er mede van uit dat leerlingen opgroeien in een pluriforme samenleving;
  • is mede gericht op het bevorderen van actief burgerschap en sociale integratie;
  • is er mede op gericht dat leerlingen kennis hebben van en kennismaken met verschillende achtergronden en culturen van leeftijdgenoten.

Sinds eind 2006 houdt de inspectie toezicht op de manier waarop scholen een invulling geven aan de bevordering van actief burgerschap en sociale integratie.

Op burgerschapindeschool.nl geeft het SLO u informatie en instrumenten over de burgerschapsopdracht, het ontwikkelen van een schoolvisie, het bepalen van leerdoelen, het selecteren van aanpakken en het krijgen van inzicht in de ontwikkeling van uw leerlingen.

Mogelijk aanscherping wet burgerschapsonderwijs

Op 7 februari 2017 kwamen de bewindslieden van OCW met een kabinetsreactie op een recent rapport van de Inspectie van het Onderwijs. Bijna alle scholen in Nederland besteden in hun onderwijs aandacht aan burgerschap. Daarmee doen ze wat de wet hun voorschrijft. Dit blijkt uit dit onderzoek van de Inspectie naar het burgerschapsonderwijs en de maatschappelijke stage. De Inspectie concludeert daarbij wel dat verdere ontwikkeling gewenst is.

Ook uit de op 7 november 2017 verschenen resultaten van International Civic and Citizenship Education Study (ICCS) blijkt dat scholen in Nederland relatief weinig aan burgerschap doen. Scholen mogen burgerschapsonderwijs zelf vormgeven en geven daar verschillend vorm aan.

Voormalig minister Bussemaker en staatssecretaris Dekker achtten het tijd om de wetgeving ten aanzien van de burgerschapsopdracht te verduidelijken. Die verduidelijking moet zich op de democratische rechtsstaat en daaraan verbonden basiswaarden richten, zoals gelijkwaardigheid en de vrijheid van meningsuiting. Daarnaast heeft Dekker uitgesproken de plaats van burgerschap in het curriculum te willen versterken en wilde hij inzetten op ondersteuning van scholen. Hopelijk zet het huidige kabinet deze intenties om in concrete plannen.

Curriculum.nu

Onder de naam Curriculum.nu gaan leraren, schoolleiders en scholen zich in 2018 buigen over de vraag wat leerlingen in het PO en VO moeten kennen en kunnen. Dit traject is een vervolg op Onderwijs2032. De vakverenigingen, waaronder de NVLM, hebben onderstreept dat het belangrijk is om het curriculum tegen het licht te houden. Hierdoor ontstaat de mogelijkheid om naar onderlinge samenhang te kijken, waarbij de vakken wel hun eigenheid behouden.

De NVLM wordt actief betrokken bij het voortraject van de ontwikkelteams voor het leergebied M&M en Digitale geletterdheid & Burgerschap.

De reactie van de NVLM op het eindadvies van de voorloper van Curriculum.nu – het Platform Ons Onderwijs2032 – kunt u hieronder lezen.

Platform Ons Onderwijs2032

In januari 2016 heeft het Platform Onderwijs2032 een eindadvies uitgebracht aan staatssecretaris Sander Dekker. Dit eindadvies kan volgens de voorzitter van het Platform – Paul Schnabel – gezien worden als een eerste stap richting een herziening van het curriculum in het primair en voortgezet onderwijs.

De NVLM is verheugd over de prominente plek die burgerschap in het advies heeft gekregen. Er is wat ons betreft grote behoefte aan een doorlopende leerlijn burgerschap. Op basisscholen, in de onderbouw en de bovenbouw van het voortgezet onderwijs en in het mbo worden nu ‘losse stukjes’ burgerschap aangeboden, waardoor het onderwijs er niet goed in slaagt voort te bouwen op eerder verworven burgerschapskennis en -vaardigheden. Samenhangend burgerschapsonderwijs zou wat ons betreft een prachtige uitkomst van het werk van het Platform zijn. Het Platform vraagt de overheid de kern van burgerschap concreet te beschrijven. Daarmee volgt zij het advies van de Onderwijsraad uit 2012, waarin gesteld wordt dat ‘de inhoudelijke kern van burgerschapsonderwijs bestaat uit het leren functioneren in een democratische gemeenschap’. De NVLM hoopt dat de overheid snel overgaat tot het formuleren van die kern.

Daarbij is één kanttekening van groot belang: in het advies worden sociale vaardigheden en kennis van de rechtsstaat, democratische waarden en mensenrechten in één adem genoemd. Wij zijn van mening dat burgerschap zo een containerbegrip wordt. De formulering van de Onderwijsraad spreekt ons meer aan: burgerschap is ‘leren functioneren in een democratische gemeenschap’. Het aanleren van sociale vaardigheden, zoals de vaardigheid om vriendschappen te sluiten en te behouden, is een essentieel onderdeel van de pedagogische opdracht van een school. Dit soort vaardigheden onderbrengen bij burgerschap leidt echter tot verwatering van het begrip. Bij burgerschap moet het gaan om kennis van de rechtsstaat, democratische waarden en mensenrechten. En om het ontwikkelen van je eigen visie op actuele politieke ontwikkelingen. Daarbij vinden we het van belang dat leerlingen waarden ontwikkelen in gesprek en dialoog met medeleerlingen en onder begeleiding van een daartoe opgeleide docent. Dat dit nu op de basisschool en in de onderbouw van het voortgezet onderwijs te weinig aandacht krijgt, is één van de belangrijkste oorzaken voor het feit dat Nederland op dit gebied achterblijft bij andere West-Europese landen. (International Civic and Citizenship Study, 2009)

De gehele reactie van de NVLM op het eindadvies van het Platform Ons Onderwijs2032 vindt u hier.