Bevoegdheid

De leraar in het voortgezet onderwijs moet voor het vak waarin hij lesgeeft een diploma hebben van de lerarenopleiding voor één van de twee te onderscheiden gebieden:

  • de tweedegraads lerarenopleiding: voor het vmbo, de eerste drie leerjaren havo en vwo, het praktijkonderwijs en beroepsonderwijs en volwasseneducatie (het gebied vo/bve);
  • de eerstegraads lerarenopleiding: voor de bovenbouw havo en vwo (het gebied vho).

Deze regel geldt voor alle vakken, dus ook voor maatschappijleer. Docenten maatschappijleer met een eerstegraads bevoegdheid zijn ook bevoegd om het examenvak maatschappijwetenschappen te geven. Maatschappijwetenschappen heeft geen aparte bevoegdheidsregeling.

Lerarenregister

Vanaf 1 augustus 2018 kunnen bevoegde leraren zich inschrijven in het beroepsregister en vanaf 1 augustus 2019 houden alle leraren hierin hun professionaliseringsactiviteiten bij. Klik hier voor meer informatie.

Vak M&M

Sommige scholen bieden in de onderbouw het vak Mens en Maatschappij (M&M) aan. In dit vak worden de vakken aardrijkskunde, geschiedenis en economie geïntegreerd. Docenten met een bevoegdheid aardrijkskunde, geschiedenis en economie zijn bevoegd om deze vakken te geven. Docenten maatschappijleer zijn onderbevoegd. Dit betekent dat docenten maatschappijleer het vak M&M mogen geven onder verantwoordelijkheid van een docent aardrijkskunde, geschiedenis of economie.

Onbevoegden voor de klas

Een school mag een docent van een ander vak voor maximaal twee jaar maatschappijleer laten geven, op voorwaarde dat hij of zij scholing gaat volgen om binnen twee jaar alsnog de passende bevoegdheid te gaan halen. De volledige wettekst met betrekking tot het voortgezet onderwijs kunt u vinden via wetten.nl. Op de website van het ministerie van OC&W kunt u ook meer informatie vinden.

Op 29 februari 2016 heeft staatssecretaris Dekker (OCW) het ‘Plan van aanpak tegengaan onbevoegd lesgeven vo’ naar de Tweede Kamer gestuurd. Hierin worden plannen besproken om het aantal lessen dat onbevoegd wordt gegeven terug te dringen.

Historische ontwikkeling

Getuigschrift hoger onderwijs

Vanaf 1 augustus 2006 (inwerkingtreding van de Wet op de Beroepen in het Onderwijs) geldt dat leraren maatschappijleer bevoegd zijn als zij een getuigschrift hoger onderwijs van een lerarenopleiding maatschappijleer hebben. Hieruit blijkt dat zij aan de bekwaamheidseisen voldoen. Leraren die voor deze datum een bevoegdheid hebben behaald, behielden hun bevoegdheid.

Bevoegdheidsregeling sinds 1981

Maatschappijleer heeft sinds 1 augustus 1981 een definitieve bevoegdheidregeling. Sindsdien kun je alleen een bevoegdheid maatschappijleer halen door een lerarenopleiding maatschappijleer te volgen en met goed gevolg af te ronden.

Tijdelijke regeling tussen 1968-1981

In de periode van 1 augustus 1968 (de invoering van het vak) tot 1 augustus 1981 bestond er een tijdelijke regeling, omdat er niet direct voldoende leraren maatschappijleer beschikbaar waren. In die periode werd door bijvoorbeeld leraren geschiedenis en godsdienst ook maatschappijleer gegeven. Bij de invoering van de definitieve bevoegdheidsregeling in 1981 heeft een deel van deze docenten zijn bevoegheid behouden op grond van een zogenaamde 114-verklaring.

Aan degene die tot 1 augustus 1981 bevoegd werd geacht voor maatschappijleer en die na 1 augustus 1968 (maar voor 1 augustus 1981) twee schooljaren maatschappijleer had gegeven, werd op zijn verzoek een 114-verklaring uitgereikt. Met deze verklaring bleef hij of zij ook na 1 augustus 1981 de bevoegdheid behouden voor deze vakken. Ook andere leraren konden voor een verklaring in aanmerking komen onder nauwer omschreven voorwaarden: een verzoek van het bestuur van de school, daadwerkelijk belast zijn met lessen in het betrokken vak, gunstig advies van de inspecteur belast met het toezicht op de school.

Daarnaast is in 1981 besloten dat  aan de akten MO(-B) geschiedenis, aardrijkskunde, staatshuishoudkunde en statistiek en pedagogiek zonder verdere voorwaarden een eerstegraads onderwijsbevoegdheid verbonden werd voor het vak maatschappijleer, indien de akte vóór 1 augustus 1982 was behaald. Een groot deel van deze docenten had al eerder een 114-verklaring aangevraagd. Een ander deel van deze docenten wilde geen bevoegdheid maatschappijleer, maar kreeg deze automatisch toegewezen. In 1987 konden zij deze ‘slapende bevoegdheid’ inleveren. Velen hebben dat gedaan.

Samenvattend

  • Een docent is bevoegd maatschappijleer te geven als hij of zij een getuigschrift hoger onderwijs van een lerarenopleiding maatschappijleer kan overleggen.
  • Een docent is ook bevoegd maatschappijleer te geven als hij of zij in 1981 een 114-verklaring heeft gekregen, en deze kan overleggen.
  • Een docent kan ook nog een bevoegdheid maatschappijleer hebben als hij of zij voor 1 augustus 1982 een MO(-B) akte geschiedenis, aardrijkskunde, staatshuishoudkunde en statistiek en pedagogiek heeft gekregen. (En als hij of zij de slapende bevoegdheid niet heeft ingeleverd.)

Docenten met een bevoegdheid voor een ander vak zijn niet benoembaar voor maatschappijleer. Hierop kan voor maximaal twee jaar een uitzondering worden gemaakt, mits de leraar scholing gaat volgen om binnen twee jaar alsnog de bevoegdheid maatschappijleer te  halen.

Bronnen:

  • website Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
  • diverse Kamerstukken uit de periode 1981-1989